Gerard Keurentjes

Melken met de seizoenen en een ijzersterk systeem.

Bij biologisch-dynamische maatschap Keurentjes-Pietersma in Rutten blijven jaarlijkst zo’n twintig FriesHollandse kalfjes bij moeder of pleegmoeder in een aparte groep. “Het systeem is fantastisch simpel.”

Gerard Keurentjes heeft een voorjaarsafkalvende veestapel: “Van februari tot half maart staan de koeien allemaal droog, op vier na die we eens per dag melken voor onze boerderijwinkel. Er is in die periode rust voor de koeien en voor ons. Half maart gaan ze naar buiten en dan pak je direct de voordelen van het voorjaar en de eerste grasgroei met heel veel energie in het kruidenrijk grasland. Vanaf half maart begint de koekalverij en binnen drie weken hebben we onze vervanging, de kalfjes die op de boerderij blijven. Dat waren afgelopen jaar tien vaarskalveren en acht stiertjes die we als ossen voor het vlees opfokken.”

Opgroeien in een groep

De kalfjes blijven een of twee dagen bij de eigen moeder en komen daarna in een groepje met hun eigen moeder of een pleegmoeder. Keurentjes: “We maken een groepje van zes koeien en 18 kalveren. Zodra er genoeg gras is, blijven ze ook ’s nachts buiten. Dat is meestal al heel snel. De koeien die bij de kalfjes lopen worden niet gemolken. Wij doen aan stripgrazen, en de koeien leren de kalfjes grazen. Ik kom twee keer per dag het draad verzetten. We kunnen de kalfjes niet aaien, maar als ze eenmaal in het land zijn geeft het collectief de kalfjes rust. Ze vliegen niet weg als ik het land in kom. Als ik ze later ga melken zijn ze niet anders dan toen de kalfjes aan de speenemmer opgroeiden. De rust is er en volgens mij ben je daar als boer ook een schakel in. We doen dit al zo sinds 2009.”

Met de seizoenen

De veestapel van Keurentjes staat elk jaar zo’n zes weken droog. “In juni en juli is het daglicht het meest intens en piekt de vruchtbaarheid van de koeien. Het is geweldig dat je dan binnen twee maanden 60 of 70 inseminaties hebt. Van de koeien die voor 1 september niet drachtig worden, houd ik er drie of vier aan om in de winterperiode eens per dag door te melken. Dat is arbeidstechnisch lekker en op die manier heb ik toch melk voor de consument.”

Het werken met de seizoenen geeft Keurentjes ook veel arbeidsvreugde en bespaart werk en kosten. “Droogstaande koeien hoef je niet te melken en de koeien in de kalvergroep ook niet. Dat bespaart energie en arbeid. In februari kan de koelmachine anderhalve maand uit, dat scheelt energiekosten. Dankzij kalfjes bij de koe hoef ik niet te investeren in iglo’s en andere spullen. Bovendien kost het minder arbeid omdat ze 24/7 buiten staan en je voert ze door het draadje te verplaatsen.”

Kosten- en tijdbesparend

Het verbaast Keurentjes oprecht dat niet meer melkveehouders kiezen voor een in zijn ogen zo simpel systeem: “Veel mensen zien drempels en de keuze moet natuurlijk vanuit henzelf komen. Wij hebben hele lage kosten voor de loonwerker, de dierenarts, elektriciteit en voer. Zeker in de huidige tijd is dat toch interessant? De zuivelindustrie heeft melken in de herfst gestimuleerd met een toeslag. Maar wat moet je tegenover die vier cent zetten aan krachtvoer, arbeid en ruwvoer? Ik heb van de natuur nog nooit een kostprijsverhoging gekregen.”

Het nut van bomen

De melkveestapel loopt negen maanden per jaar in de wei, in totaal zo’n 5.400 uur. De dieren worden 100 procent grasgevoerd van eigen kruidenrijk grasland. Keurentjes doet ook aan agroforestry: over een lengte van twee kilometer is in de loop der jaren een drie meter breed struweel geplant, met 14 verschillende soorten bomen en struiken. Op sommige plekken zijn de bomen al groot, op andere is de strook nog volop in ontwikkeling. De bomen, struiken vormen voor de koeien een aanvulling op het dieet van kruidenrijk grasland. Keurentjes: “Ze knabbelen eraan en voor de winter kuilen we ook bladeren in. We werken inmiddels 21 jaar antibioticavrij. Fytotherapie is voor ons heel belangrijk. Het kwam op ons pad in een hele stressvolle periode waarbij elke keer koeien verkeerd in de melk waren. Dankzij kruidentherapie ging het celgetal binnen een maand heel snel omlaag.” Hij keek niet meer achterom. “Geen antibiotica betekent ook geen problemen met resistentie en residuen in de melk,” concludeert Keurentjes.

Spenen

 

Wat je ook doet, het moment van spenen blijft stressvol. Vooral voor de koe. “Na drie maanden halen we twee of drie koeien uit de kalvergroep. Zij gaan dan terug bij de melkkoeien. De kalfjes kennen dan inmiddels het systeem van grazen. Vervolgens haal ik er nog eens twee uit en de laatste koeien blijven nog wat langer bij de kalfjes, die voer ik uiteindelijk af. Voorheen hielden we meer vaarskalfjes aan, maar omdat het systeem steeds krachtiger wordt is er minder jongvee nodig. De melkstapel is nu gemiddeld zes jaar en twee maanden oud.” Keurentjes houdt niet per koe bij hoeveel melk ze geeft, dus de selectie van kalfjes die mogen blijven gebeurt op een andere manier. “De vraag naar vlees stijgt, dus komend jaar houd ik misschien een stiertje meer aan. De kalfjes moeten in het systeem passen en ik wil zo snel mogelijk een groep bij elkaar in dezelfde leeftijd.”